|
Met dit manifest laat de kinderopvang zien welke
cruciale taak
zij voor de Nederlandse samenleving eigenlijk vervult. Zowel
voor de ouders en de kinderen zelf, als voor de
samenleving-breed. Dit manifest is dan ook
een oproep
aan allen die betrokken zijn bij kinderopvang, om zich
rekenschap te geven van dit cruciale belang. In hun beleid dan
wel met hun dagelijks handelen zouden zij dit belang moeten
willen weerspiegelen. Bezig zijn met kinderopvang houdt dus
een opdracht
in. Voor de professionals werkzaam
in de kinder-opvang, voor de ouders, voor wetenschappers op dit
terrein, voor de beleidsmakers. Wat is dan dat belang precies en
wat houdt die opdracht dan in?
Het belang van
kinderopvang
Voor onze samenleving
Meer dan ooit is in Nederland het besef
gegroeid hoe belang- rijk het is bij kinderen al op jeugdige
leeftijd een basis te leggen voor omgang met andere kinderen en
ouderen, ook van uiteenlopende achtergrond. De manier waarop wij
– nu en later – met elkaar omgaan in ons land is er rechtstreeks
mee gediend. Maar kennelijk doen we hier met zijn allen iets
niet helemaal goed. Het is geen toeval dat politieke partij na
politieke partij, kabinet na kabinet, wetenschapper na
wetenschapper en scribent na scribent zich buigt over ‘de
sociale cohesie’, ‘normen en waarden’, ‘de plaats van het
gezin’, ‘hufterigheid in het maatschappelijk verkeer’, ‘zinloos
geweld’, ‘heropvoeding’, ‘voortijdigschool- verlaters’,
‘draaideur-crimineeltjes’, ‘doorgeslagen individualisme’,
enzovoort en zo verder. Dat voorkomen en van álle kinderen
stabiele deelnemers aan de samenleving maken, vergt opvoeding.
De kinderopvang heeft in het verlengde van wat ouders in de
opvoeding van hun kinderen doen, de taak die opvoeding voort te
zetten en zo nodig aan te vullen.
Voor de positie van de vrouw
Kinderopvang vervult bovendien een niet
meer weg te denken rol in de emancipatie van de vrouw. De
emancipatie is de afgelopen decennia met kracht voortgezet. De
vrouw mag en kan nu de faciliteiten opeisen die daarbij horen.
Als zij wil werken, dienen de relevante faciliteiten dan ook
daadwerkelijk aanwezig te zijn. Kinderopvang ís zo’n onmisbare
faciliteit. Beleidsmakers in Den Haag realiseren zich dat
weliswaar en doen ook zeker het nodige om daar invulling aan te
geven. Het kan niet zo zijn dat kinderopvang wordt gezien als
een voorziening op wieltjes die handig naar buiten wordt gereden
als meer vrouwen moeten werken om de basis onder de economie te
verbreden. Maar als het overheidsbudget even onder druk komt,
worden budgetten voor kinderopvang weer ingeperkt of
teruggeschroefd. Kinderopvang echter is onmisbaar geworden in
het leven van jonge stellen. Het is nu ook een van de bepalende
elementen in de status van de vrouw. Dat moet op beleidsniveau
niet alleen worden herkend maar zeker ook consistent worden
érkend. Als die consistentie ontbreekt, schiet een kabinet dat
verbreding van de grondslag van de economie zoekt, in eigen
voet. Bovendien miskent het kabinet dan dat het in onze moderne
samenleving heel gewoon is geworden dat beide ouders werken.
Mensen hebben zich daarop ingesteld. In ruimere zin raken we met
het negéren van de realiteit van jonge stellen zelfs aan het
vertrouwen in de politiek. Niet toevallig een belangrijke
electorale issue.
Voor de kinderen zelf
In de kinderopvang leren kinderen al op
zeer jonge leeftijd hun eigen karakter te ontdekken en een
eerste glimp van hun talenten te zien. Zij leren omgaan met
anderen, leeftijdsgenootjes zowel als ouderen, die niet tot de
vertrouwde kleine kring van het gezin behoren. Met andere
woorden, zij ervaren wat sociaal gedrag in de dagelijkse
praktijk verlangt. Het belang daarvan kan toch moeilijk worden
overschat. Het belang van de kinderopvang wordt ook duidelijk
als we zien dat vrijwel álle kinderen tegenwoordig naar een vorm
van kinderopvang gaan. Volgens de verwachtingen van het Centraal
Planbureau zal eind 2008 meer dan de helft van de jongste
kinderen (0-3 jaar) gebruikmaken van dagopvang en
gastouderopvang. Omgerekend naar werkende ouders betekent het,
dat meer dan 70 procent van de gezinnen met werkende ouders
gebruikmaakt van formele kinderopvang (dagopvang en
gastouderopvang). In een ordegrootte van maar liefst 3 volle
dagen per week. Voegen we ook het gebruik van peuterspeelzalen
en vroeg- schoolse educatie (vve-voorzieningen) voor kinderen
tot en met 3 jaar bij deze cijfers, dan blijkt dat vrijwel alle
Nederlandse kinderen vóór
zij naar de basisschool gaan, een kindercentrum bezocht hebben.
Stelt u zich even voor wat tegenwoordig door de kinderopvang
wordt bijgedragen aan de vorming van kinderen!
De opdracht voor alle betrokkenen
De opdracht voor de professionals
Voor alle medewerkers van de
kinderopvang houdt die wezenlijke taak van de kinderopvang een
nadrukkelijke opdracht in. Zij moeten niet alleen de kinderen
veiligheid en vertrouwdheid bieden. Zij moeten ouders ook de
zekerheid bieden dat hun kinderen bij de kinderopvang in goede
handen zijn. Zowel wat betreft het fysieke en psychische welzijn
van de kinderen, als de opvoeding. Die moet immers een
verlengstuk zijn van wat de ouders zelf doen. Goed overleg met
ouders is daar een sleutel-element in. Wat er in de samenleving
om hen heen gebeurt, moet voor de medewerkers van de
kinderopvang een voortdurende aansporing vormen om hun werk voor
ouders en kinderen van hoog gehalte te laten zijn. Voor de
werkgevers betekent dit een zeer kritische houding met
betrekking tot het scholingsniveau en de competenties van hun
medewerkers, hoe bevlogen die ook mogen zijn. Regelmatige
bijscholing hoort standaard te zijn.
De opdracht voor de ouders
Ouders zouden zich een goed beeld moeten
vormen van de niet te overschatten bijdrage die kinderopvang
levert aan de vorming van hun kroost – of zo u wilt hun
kostbaarste bezit. Goed contact houden met de medewerkers is
daarom van belang. Zodat er consistentie is in het gedrag van
ouders en medewerkers samen ten aanzien van het kind. De
bereidheid om de geldende tarieven te blijven betalen vormt dan
het sluitstuk van de opdracht voor de ouders.
De opdracht voor wetenschappelijke onderzoekers
Hun opdracht is het veld te blijven
voeden met bruikbare en relevante inzichten. Het nadenken over
de beste vormen van opvoeden in groepsopvang staat nog in de
kinderschoenen en is een nooit eindigend proces. Medewerkers van
kinderopvang kunnen gefundeerde onderzoeksresultaten altijd
gebruiken.
De opdracht voor de Beleidmakers
Het gevaar bestaat dat de
gedachtevorming over de kinder- opvang telkenmale wordt versmald
tot de vraag: moet er geld bij, moet de rem erop, of kan er geld
af. Dan wel: wat mag je aan financiële bijdrage van ouders
verlangen. Dat zijn niet de goede ingangen. Wie bereid is tot
zich te laten doordringen welke vitale rol de kinderopvang
eigenlijk heeft, moet dat besef vertalen in consistent gedrag.
Of dat nu gaat om de kwaliteit van het geleverde werk, dan wel
om het toedelen van budgetten, of zorgen voor faciliteiten. En
dat kan beter. In die zin bedoelen wij dat Kinderopvang een
opdracht inhoudt!
Waarom dit manifest?
Initiatiefnemers
Dit Manifest is een initiatief van drie
directeuren in de kinderopvang: mevrouw Anja Hol van
Kinderopvang Humanitas in Heerlen, mevrouw Marie-Louise van
Mourik van Stichting Kinderopvang Alphen aan den Rijn en mevrouw
Martijn van der Kroef van KinderRijk in Amstelveen. Zij hebben
over de volle breedte van het veld krachtige steun voor dit
initiatief ondervonden. Zij hebben deze beschrijving van de
opdracht van de kinderopvang de titel ‘Context Kinderopvang’
meegegeven.
Frappant verschil met omringend buitenland
Op basis van literatuur en eigen
waarneming in Zweden, Denemarken, Duitsland en het Verenigd
Koninkrijk hadden zij vastgesteld dat er frappante en eigenlijk
niet- aanvaardbare verschillen in opvatting bestaan tussen de
professionals in deze landen enerzijds en betrokkenen op
meerdere niveaus in Nederland anderzijds over wat de
kinderopvang wezenlijk is en doet. In genoemde landen wordt het
accent vooral gelegd op de omgang van de pedagoog met het kind,
uiteraard met het mede-opvoeder-zijn als hoofdpunt. In Nederland
ligt het accent veel meer op arbeidsparticipatie van de vrouw en
zorg. Idealiter zou kinderopvang als een totaal van al die
aspecten moeten worden gezien. De in Nederland dominante visie
heeft grote gevolgen. Kinderopvang is mede daardoor namelijk
voorwerp van politieke aandacht geworden, komt maar niet in
rustig vaarwater. Die politieke aandacht leidt af van waar het
vooral over zou moeten gaan: ‘wat geven wij jonge kinderen mee.’
Met geschuif van honderden miljoenen en berichten over een
grotere eigen bijdrage van ouders is het voor de aanbieders van
kinderopvang lastig een consistent beleid te formuleren.
Maar kinderopvang is nu met de samenleving vergroeid
De kinderopvang heeft een immense groei
doorgemaakt. We mogen stellen dat we definitief een nieuw
tijdperk zijn ingegaan. Het fenomeen ‘kinderopvang’ gaat niet
meer weg. Dat schept verplichtingen. Voor de overheid zowel als
‘het veld’. We zullen heel bewust met dit fenomeen moeten omgaan
en het niet alleen maar ‘laten gebeuren’. Er staat te veel op
het spel. De initiatiefnemers van het Manifest kwamen dan ook
tot de conclusie dat het hoog tijd werd een duidelijk statement
te maken over waar de kinderopvang in Nederland voor staat.
Aansluiting op de praktijk
Zowel het Pedagogenplatform als de
ontwerpers van het Curriculum Kinderopvang zijn nauw betrokken
geweest bij het ontwikkelproces van de Context Kinderopvang. Dus
ook in die zin is fundamenteel nagedacht. De bedoeling van de
initiatiefgroep is dat de Context Kinderopvang één geheel vormt
met het Curriculum: de visie op de maatschappelijke opdracht van
de kinderopvang met een uitwerking op handelingsniveau.
Bijval
De initiatiefnemers vonden meteen zóveel
bijval dat zij zich al snel verbreedden tot een initiatiefgroep.
De andere deelnemende directeuren van kinderopvangorganisaties
waren: mevrouw Alien Alberts van kinderopvang Berend Botje in
Hoorn, Wim van Ogtrop van 2Samen in Den Haag, Yde Dragstra van
KomKids in Schiedam, Jacob Boskma van de SWK Groep in Rotterdam
en Jeanne Buitenhuis van Kinderstad in Tilburg. Bij elkaar geven
zij leiding aan een aanzienlijk deel van de kinderopvang in
Nederland. Regionaal is telkens afgetast of de gedachtevorming
van de initiatiefgroep sectorbreed wordt gedragen. Niet alleen
zij als werkgevers, maar ook bonden, oudervereniging BOinK en
wetenschappers hebben in het voorbereidingstraject het hunne
over de inhoud van het Manifest gezegd. De initiatiefgroep heeft
subsidie van het ministerie van OCW ontvangen om de Context
Kinderopvang te ontwikkelen, waarvoor zij haar grote
erkentelijkheid uitspreekt. Het duidt op begrip dat hier iets
moest gebeuren. Nadere uitwerking van het belang van de
kinderopvang voor ouder, kind en samenleving
Kinderopvang werd
mede-opvoeder
Ouders doen het niet meer alleen
Uiteraard zijn het de ouders die de
belangrijkste verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding van
hun kinderen. Maar als zij ervoor kiezen hun kinderen een fors
deel van de week bij kindercentra onder te brengen, dan zal
duidelijk zijn dat een deel van de opvoedingstaak ook toevalt
aan de medewerkers van de kinderopvang. De kinderopvang heeft
zich duidelijk ontwikkeld van een dienstverlening aan ouders die
tijdelijke opvang voor hun kind zoeken, naar mede-opvoeder. Dan
is het goed een beeld te hebben van wat daar dan precies
gebeurt.
De basics leren
Allereerst biedt de kinderopvang
kinderen een veilige omgeving waar rust en regelmaat is en jonge
kinderen zichzelf kunnen zijn. Het is een onomstreden ervaring
dat kinderen zich pas gaan ontwikkelen als zij die veilige
omgeving hebben. In de kinderopvang leren kinderen
spelenderwijs, of worden zij herinnerd aan, de basics van
sociaal gedrag. Of het – bij wijze van voorbeeld – nu gaat om
leren de handen te wassen na toiletbezoek, dan wel respect op te
brengen voor het speelgoed waar een ander kind mee doende is.
Van baby tot peuter en van kleuter tot scholier zijn kinderen in
de kindercentra in contact gebracht met leeftijdsgenootjes en
met ouderen, die vaak een sterk verschillende sociale of
etnische achtergrond hebben. Het kind leert – ook spelenderwijs
– wat het betekent om anderen te accepteren en met hen om te
gaan. De medewerkers van de kindercentra bieden het kind
speel-suggesties en materialen aan die voor geestelijke groei en
ontwikkeling belangrijk zijn. Hier wordt dus eigenlijk een begin
gemaakt met het ontwikkelen van de talenten van het kind. In
kindercentra is de omgang met het kind stelselmatig gericht op
zelfstandigheid van het kind. Het kind leren beseffen wat het
kan en daardoor zelfvertrouwen geven; geloof in zichzelf
ontwikkelen, doorzettingsvermogen aankweken; het zijn allemaal
noties waar de medewerkers nadrukkelijk op zijn getraind en
gefocust. De signalen die het kind afgeeft, worden opgepakt en
terug-gekoppeld naar de ouders, zodat ouders kunnen beslissen
wat er moet of mag gebeuren.
Vragen van ouders beantwoorden
Nu de samenstelling van het gezin
verandert (eenoudergezinnen, gezinnen met één kind) of een van
de ouders vaak weg is, komen ouders nogal eens met een vraag
over de opvoeding van het kind te zitten. De kindercentra zijn
voor die veelal basale vragen het expertisecentrum. Wat in hoge
mate bijdraagt aan de gemoedsrust van de ouders.
Het maatschappelijke belang van
kinderopvang
De veelzijdige bijdrage
Het maatschappelijk belang van een goede
kinderopvang is evident. Aspecten daarin zijn:
• het vergroten van arbeidsparticipatie
van vrouwen, wat voor hun emancipatie en persoonlijke
ontwikkeling van eminent belang is;
• daardoor vergroting van het economisch
draagvlak, wat in het kader van de ontgroening en vergrijzing
van de samenleving buitengewoon welkom is;
• bij kinderen wordt de basis gelegd
voor hun ontwikkeling tot evenwichtige leden van de samenleving.
Individuen die over voldoende sociale antenne en sociale
competenties beschikken;
• de talentontwikkeling krijgt een
eerste impuls, waar zowel het individu zelf als de samenleving
alleen maar baat bij kan hebben;
• opvoeding mede door anderen dan ouders
laten verzorgen, biedt ook mede een vangnet onder kinderen uit
probleemgezinnen.
Gemeenschapszin ‘inbouwen’ als pedagogische taak
Kinderen hebben de toekomst. Maar zij
kunnen de verant- woordelijkheid voor onze samenleving pas goed
overnemen als zij daarvoor zijn toegerust. Deskundigen als Micha
de Winter wijzen daar ook op. Naar hun opvatting wordt het
algemeen belang als doel van opvoeding, onderwijs en jeugdbeleid
te veel uit het oog verloren. Het individuele belang heeft
wellicht een al te hoge prioriteit gekregen. Dat houdt het
gevaar in dat de samenleving verbrokkeld raakt en weinigen zich
nog voor hun medeburger verantwoordelijk voelen. Met alle
sociale en financiële effecten voor die medeburger van dien. De
opvoeding van kinderen tot – in aanzet – democratische
staatsburgers, die weten wat normen en waarden zijn, is dus een
urgente pedagogische verantwoordelijkheid.
Eenduidig beleid van de overheid nodig
Enerzijds zien we in het overheidsbeleid
wel terug dat de overheid begrijpt waar het om gaat. Ouders en
gezinnen worden ondersteund door onder andere het recht op
zwangerschaps- en ouderschaps-verlof, levensloopregelingen en
kinderbijslag. In pedagogische zin worden ouders bijgestaan door
opvoedingsondersteuning en het onderwijs. Maar anderzijds,
specifiek wat de kinderopvang betreft, dient de overheid toch
meer eenduidig te handelen. Denk aan: • een consistent beleid
voeren, zodat werkende ouders en aanbieders van kinderopvang
daar hun bezigheden blijvend naar kunnen inrichten; dus
budgetten vrijmaken en op peil houden; • voldoende faciliteiten
(lokalen, en zo verder) aanbieden, ook als de kinderopvang zich
stormachtig ontwikkelt; • kwaliteitseisen stellen aan
opleidingen en instellingen. Hoewel dit alles ten goede komt aan
álle kinderen en alle betrokken ouders en medewerkers, wordt dit
punt het duidelijkst als we kijken naar de minderheid van
gezinnen waar het met de opvoeding niet zo goed loopt. Juist dan
krijgt kinderopvang een extra betekenis. Zij vormt dan een deel
van het vangnet onder het op te voeden kind door dit toch
regels, normen en waarden bij te brengen.
De verbluffende omvang van de kinderopvang
Volgens het CPB zal eind 2008 meer dan
de helft van de jongste kinderen (0-3 jaar) gebruikmaken van
dagopvang en gastouderopvang. Samen met het gebruik van
peuterspeelzalen en vroegschoolse voorzieningen voor kinderen
tot en met 3 jaar hebben dan bijna alle kinderen vóór zij naar
de basisschool gaan, al een flink deel van hun leven in een
kindercentrum doorgebracht. Eenmaal op de basisschool wacht de
kinderen de buitenschoolse opvang. Volgens het CPB zal eind 2009
meer dan 30 procent van de jonge basisschoolleerlingen hiervan
gebruikmaakt. De buitenschoolse opvang zal blijven groeien,
omdat meer moeders de weg naar de arbeidsmarkt hebben gevonden
of hebben herontdekt. Als de kinderen wat ouder en dus meer
zelfstandig worden, kunnen moeders bovendien in een werkkring
meer uren maken als zij over de opvang van hun kroost geen
zorgen meer hoeven te hebben.
Totaalconcept nodig
Zowel in de landelijke Werkgroep
Onderwijs en Kinderopvang (WOK) als hier en daar op lokaal
niveau, schaven werkgevers, ouders, onderwijs en gemeenten nu
aan een totaalconcept waarin opvang en onderwijs zodanig
geïntegreerd zijn dat zij kinderen een volledige dagbesteding
kunnen bieden. Leren, spelen, sporten, cultuur opdoen en ‘vrije
tijd’ genieten, moeten hierin een evenwichtige plaats krijgen.
Het wordt voor zo’n visie hoog tijd.
De opdracht die het grote belang van
kinderopvang meebrengt
Gezien het grote individuele en maatschappelijke belang van
goede en goedgestructureerde kinderopvang, moeten alle
stakeholders beseffen dat zij hiermee ook een forse opdracht
hebben toebedeeld gekregen. Dat geldt vooral voor management en
medewerkers van de kindercentra; ouderorganisaties; onderwijs;
bonden; politieke partijen; gemeenten en rijk. Ook de wetenschap
kan consequent bijdragen leveren.
Onbetwistbare kwaliteit leveren
Om ouders een werkelijke keuze te geven
tussen jonge kinderen thuis houden of deze aan de kinderopvang
toe te vertrouwen, moeten kindercentra een kwaliteit bieden in
de zorg, de begeleiding en de vorming van de kinderen, die niet
ter discussie staat.
Ouders met vragen bijstaan
Kindercentra moeten ouders vervolgens
een omgeving bieden waar zij professionals in opvoeding en
andere ouders kunnen ontmoeten zodat zij ondersteuning kunnen
vinden in hun opvoedende taak. Want in vergelijking met een
halve eeuw geleden zijn gezinnen kleiner geworden, waardoor
jonge ouders van nu geen vanzelfsprekende leerschool-
in-opvoeden hebben gehad. Gezinnen verhuizen vaker naar een
nieuwe woonomgeving waardoor familie en vrienden niet langer
deel uitmaken van de dagelijkse sociale omgeving. Veel meer dan
voorheen het geval was, voeden ouders hun kinderen op in een
relatief opvoedingsisolement. Er zijn aanwijzingen dat onder
jonge ouders sprake is van een zekere verlegenheid als het om
het hoe en het wat van het opvoeden gaat. Dat gat moet worden
opgevuld.
Mede-opvoeders moeten transparant zijn
Van alle instituties ‘in de
opvoedingomgeving’ van kinderen mag worden verwacht dat zij hun
pedagogische doelen helder maken en verantwoorden wat de
kwaliteit van hun pedagogisch handelen is. Denk aan
kindercentra, scholen, Centra voor Jeugd en Gezin en zelfs
sport-, vrijetijds- en cultuurinstellingen.
Education permanente voor de professionals
Professionals in de kinderopvang hebben
kennis van de ontwikkeling van kinderen, zij weten hoe zij
kinderen kunnen stimuleren en wanneer zij moeten en kunnen
bijsturen als een ontwikkeling minder optimaal verloopt. Maar
die kennis en dat inzicht moeten wel op peil worden gehouden.
Zowel op het management van de aanbieders als op de individuele
medewerker rust dan ook de plicht te zorgen voor regelmatige
bijscholing.
Arbeidsparticipatie niet als wegwerpartikel zien
Kindercentra bieden beide ouders de
gelegenheid om actief deel te nemen aan het maatschappelijk
leven. De maatschappij is ermee gediend dat zo veel mogelijk
volwassenen participeren op de arbeidsmarkt en dat al het
potentiële talent wordt aangeboord. Die faciliteit kan niet naar
believen worden uitgerekt of weer ingedrukt. Gezinnen zijn er
volledig op ingesteld, mentaal, fysiek en wat hun
bestedingspatroon betreft. De bijdrage van de overheid moet zijn
afgestemd op die vaste plaats van het méédoen in het leven van
werkzame landgenoten. Dus moeten dezen kunnen beschikken over
voldoende hoogwaardige kinderopvang.
Tot slot
Wij, de initiatiefnemers, gaan ervan uit dat ieder van de
genoemde partijen bereid is zich te bezinnen op zijn opdracht.
De vitaliteit van de Nederlandse samenleving verdient het.
|